|
Uitgebreide
literatuurstudie Het
boek is een uitgebreide literatuurstudie naar het sociaaleconomisch denken en
handelen in de context van theologische, kerkelijke en maatschappelijke
ontwikkelingen en in het bijzonder de diaconie in de Nederlandse katholieke
kerkprovincie vanaf 1965 tot heden. De auteur geeft duidelijk de aard van zijn
studie weer en de beperking daarvan. Ook in het boek zelf geeft hij met enige
regelmatige aan dat er over een bepaald onderwerp meer te zeggen zou zijn, maar
dat het te ver zou voeren om dat te doen. Deze literatuurstudie is inderdaad al
omvangrijk genoeg en heeft de verdienste dat zij een leemte in de
geschiedschrijving opvult. Wie de ontwikkelingen in de diaconie en caritas wil
leren kennen, moet dit boek ter hand nemen!
Rutten
gaat daarbij in op de ontwikkelingen in het denken en handelen voorzover in
literatuur gedocumenteerd (inclusief websites) op de onderscheiden niveaus: van
Paus en Vaticaan, bisdommen, diocees en parochie en de actoren die daarbij
horen. Hij heeft daarbij aandacht voor de wisselwerking tussen deze niveaus en
de actoren en de spanningen die meer dan eens optreden. Hij komt daarmee tot
een brede analyse, die verder gaat dan ideeëngeschiedenis.
Kernbegrippen
die er uitspringen bij Rutten’s behandeling van het sociaaleconomisch handelen
van de kerk zijn ‘justitia’ en ‘caritas’. De eerste betreft de
aandacht voor maatschappelijke structuren, de tweede betreft de zedelijke
plicht tot barmhartigheid aan individuen voortvloeiend uit het geloof aan God
en Zijn liefde. Het begrip ‘diaconie’ krijgt bij zijn opkomst in de
jaren tachtig vooral een invulling uit de justitia, maar deze vervloeit in de
loop van de jaren naar het caritasmodel.
Hier
mis ik aandacht voor de wijze waarop met name in de breed samengestelde
kerkelijk en oecumenische beweging De Arme Kant van Nederland, waaraan ook veel
katholieke organisaties deelnamen, de verbinding tussen die twee werd gezocht.
Men was zich bewust van het gevaar dat het helpen van individuen tot een legitimering
van bezuinigingen op uitkeringen en voorzieningen voor de armen zou kunnen
leiden. Ook mocht individueel helpen niet ten koste gaan van het zoeken naar
structurele oplossingen. Deze laatsten vergen tijd (als ze er ooit in voldoende
mate komen!). Je kunt mensen daar niet op laten wachten. Je helpt als kerk dus
individuen, maar maakt tegelijk duidelijk dat er aan structurele oplossingen
gewerkt moet worden. Dit kreeg de paradoxale benaming van ‘helpen onder protest’.
De kerk heeft dan de rol van pleitbezorger of lobbyist voor een ander beleid.
De behandelde kerkelijke Armoedeonderzoeken zijn hier een voorbeeld van: wat
geven kerken aan armoedebestrijding uit en welke voorstellen doen zij op basis
van de gegevens aan politiek en samenleving? Iets dergelijks geldt ook voor de
opvang van vluchtelingen, die opvallenderwijs in het boek nauwelijks aandacht
krijgt. Maatschappelijk en politiek gezien een van de voornaamste wijzen waarop
kerken present zijn in het publieke domein. Kerken treden hier meer dan eens op
als pleitbezorgers voor een rechtvaardig asielbeleid.
Hoewel ik mij er van bewust ben dat de auteur zich
terecht moest beperken (zoals aangegeven) attendeer ik toch op de herderlijke
boodschap en brief over de katholieke sociale leer en de economie van de
Verenigde Staten van de r.k. bisschoppen van de Verenigde Staten: ‘Economic Justice for All’ (1986). Deze
verscheen in 1987 in Nederlandse vertaling en kreeg hier veel aandacht, De
brief kwam tot stand na een uitgebreide consulatie van zo’n tweehonderd
deskundigen uit binnen- en buitenland en van verschillende
geloofsovertuigingen.
Tot
slot twee opmerkingen Rutten
laat duidelijk zien dat de diaconie in de kerk sterk is teruggelopen als gevolg
van sterk verminderde kerkelijke berokkenheid en de nadruk in het bisdommelijk
beleid op missie en evangelisatie. Dit boek roept op om na te denken over de
vraag hoe we in de huidige omstandigheden de diaconie een impuls kunnen geven
met daarbij ook aandacht voor de maatschappelijke aspecten.
Rutten
beschrijft de ontwikkelingen in de katholieke kerk. Als niet-katholiek
(protestant) heb ik daarvan geleerd en ben ik geïnspireerd door degenen aan wie
Rutten zijn boek heeft opgedragen:
alle katholieke diaconale werkers uit verleden en heden, die strevend met de
armen naar recht en gerechtigheid God leerden kennen.
N.b.
Er ontbreken de personalia van de auteur. Wel geeft Rutten in het Voorwoord
enige persoonsgegevens alsook een aanduiding van zijn mening, die hij als
gelovige heeft, over de kerk.
Hans
Rutten, ‘Een spoor van gerechtigheid. Veertig jaar rooms-katholieke diaconie in
Nederland (1985-2025)’, Utrecht, Eburon, 2025, ISBN 978-94-6301-558-5, € 29,90.
|