Uitgebreide documentatie van katholiek diaconaal denken en handelen

Met zijn studie ‘Een spoor van gerechtigheid’ werpt Hans Rutten de lezer een vette kluif toe, in dubbele zin: het is een omvangrijke studie met een hoog informatiegehalte en er wordt van de lezer het nodige gevraagd vanwege het niet altijd eenvoudige taalgebruik en de soms lange zinnen. Vanwege het eerste moeten mensen die zich in diaconie willen verdiepen, zich niet laten weerhouden. De lezer wordt immers rijkelijk beloond door de kennis en inzichten die hij of zij opdoet. 

Herman Noordegraaf is oud hoogleraar Diaconaat aan de PThU


Uitgebreide literatuurstudie
Het boek is een uitgebreide literatuurstudie naar het sociaaleconomisch denken en handelen in de context van theologische, kerkelijke en maatschappelijke ontwikkelingen en in het bijzonder de diaconie in de Nederlandse katholieke kerkprovincie vanaf 1965 tot heden. De auteur geeft duidelijk de aard van zijn studie weer en de beperking daarvan. Ook in het boek zelf geeft hij met enige regelmatige aan dat er over een bepaald onderwerp meer te zeggen zou zijn, maar dat het te ver zou voeren om dat te doen. Deze literatuurstudie is inderdaad al omvangrijk genoeg en heeft de verdienste dat zij een leemte in de geschiedschrijving opvult. Wie de ontwikkelingen in de diaconie en caritas wil leren kennen, moet dit boek ter hand nemen!

Rutten gaat daarbij in op de ontwikkelingen in het denken en handelen voorzover in literatuur gedocumenteerd (inclusief websites) op de onderscheiden niveaus: van Paus en Vaticaan, bisdommen, diocees en parochie en de actoren die daarbij horen. Hij heeft daarbij aandacht voor de wisselwerking tussen deze niveaus en de actoren en de spanningen die meer dan eens optreden. Hij komt daarmee tot een brede analyse, die verder gaat dan ideeëngeschiedenis.

Kernbegrippen die er uitspringen bij Rutten’s behandeling van het sociaaleconomisch handelen van de kerk zijn ‘justitia’ en ‘caritas’. De eerste betreft de aandacht voor maatschappelijke structuren, de tweede betreft de zedelijke plicht tot barmhartigheid aan individuen voortvloeiend uit het geloof aan God en Zijn liefde. Het begrip ‘diaconie’ krijgt bij zijn opkomst in de jaren tachtig vooral een invulling uit de justitia, maar deze vervloeit in de loop van de jaren naar het caritasmodel.

Hier mis ik aandacht voor de wijze waarop met name in de breed samengestelde kerkelijk en oecumenische beweging De Arme Kant van Nederland, waaraan ook veel katholieke organisaties deelnamen, de verbinding tussen die twee werd gezocht. Men was zich bewust van het gevaar dat het helpen van individuen tot een legitimering van bezuinigingen op uitkeringen en voorzieningen voor de armen zou kunnen leiden. Ook mocht individueel helpen niet ten koste gaan van het zoeken naar structurele oplossingen. Deze laatsten vergen tijd (als ze er ooit in voldoende mate komen!). Je kunt mensen daar niet op laten wachten. Je helpt als kerk dus individuen, maar maakt tegelijk duidelijk dat er aan structurele oplossingen gewerkt moet worden. Dit kreeg de paradoxale benaming van ‘helpen onder protest’. De kerk heeft dan de rol van pleitbezorger of lobbyist voor een ander beleid. De behandelde kerkelijke Armoedeonderzoeken zijn hier een voorbeeld van: wat geven kerken aan armoedebestrijding uit en welke voorstellen doen zij op basis van de gegevens aan politiek en samenleving? Iets dergelijks geldt ook voor de opvang van vluchtelingen, die opvallenderwijs in het boek nauwelijks aandacht krijgt. Maatschappelijk en politiek gezien een van de voornaamste wijzen waarop kerken present zijn in het publieke domein. Kerken treden hier meer dan eens op als pleitbezorgers voor een rechtvaardig asielbeleid.

Hoewel ik mij er van bewust ben dat de auteur zich terecht moest beperken (zoals aangegeven) attendeer ik toch op de herderlijke boodschap en brief over de katholieke sociale leer en de economie van de Verenigde Staten van de r.k. bisschoppen van de Verenigde Staten: ‘Economic Justice for All’ (1986). Deze verscheen in 1987 in Nederlandse vertaling en kreeg hier veel aandacht, De brief kwam tot stand na een uitgebreide consulatie van zo’n tweehonderd deskundigen uit binnen- en buitenland en van verschillende geloofsovertuigingen.

Tot slot twee opmerkingen
Rutten laat duidelijk zien dat de diaconie in de kerk sterk is teruggelopen als gevolg van sterk verminderde kerkelijke berokkenheid en de nadruk in het bisdommelijk beleid op missie en evangelisatie. Dit boek roept op om na te denken over de vraag hoe we in de huidige omstandigheden de diaconie een impuls kunnen geven met daarbij ook aandacht voor de maatschappelijke aspecten.

Rutten beschrijft de ontwikkelingen in de katholieke kerk. Als niet-katholiek (protestant) heb ik daarvan geleerd en ben ik geïnspireerd door degenen aan wie Rutten zijn boek heeft opgedragen: alle katholieke diaconale werkers uit verleden en heden, die strevend met de armen naar recht en gerechtigheid God leerden kennen.

N.b. Er ontbreken de personalia van de auteur. Wel geeft Rutten in het Voorwoord enige persoonsgegevens alsook een aanduiding van zijn mening, die hij als gelovige heeft, over de kerk.

Hans Rutten, ‘Een spoor van gerechtigheid. Veertig jaar rooms-katholieke diaconie in Nederland (1985-2025)’, Utrecht, Eburon, 2025, ISBN 978-94-6301-558-5, € 29,90.