|
Twee
theologische tradities
Dat
laatste blijkt al uit de wijze, waarop hij de twee brandpunten schetst van de
twee tradities die door heel de geschiedenis heen elkaar bevruchten, maar ook
in spanning staan tot elkaar. Aan de ene kant is dat de traditie die de
rechtvaardigheid centraal stelt als vraag naar een maatschappelijke ordening
die vrijheid en welstand voor iedereen wil bereiken en geen enkele groep
uitsluit van rechtsbescherming, van culturele ontwikkeling, van meedelen in de
welvaart, van politieke medezeggenschap. Aan de andere kant staat de traditie
die de caritas, de deugd van de liefde centraal stelt. In die traditie gaat het
om zorg voor de armen, het verlenen van noodhulp. In deze traditie was er ook
vaak minder oog voor de relatieve autonomie van het seculiere, natuurlijke
leven, zodat de armenzorg vooral belangrijk was als instrument van het werven
voor het christelijk geloof, het heil van de zielen. De auteur laat overtuigend
zien, dat tot en met het Landelijk Pastoraal Overleg (LPO) deze twee theologieën
op de achtergrond meespelen.
Hans
Rutten kiest helder partij voor de traditie van het opkomen voor
rechtvaardigheid in de samenleving en definieert diaconie overwegend als “het
maatschappelijk handelen van (groepen van) gelovigen, waarin zij opkomen voor
een rechtvaardiger samenleving”. Zonder negatieve oordelen over een gezuiverde
voortzetting van de caritas-traditie (door de auteur “caritas-plus” genoemd),
waarbij men niet slechts vanuit de hoogte mensen noodhulp verleent en er
heimelijke missionaire bedoelingen mee heeft, denk ik dat ook de analyse van
onze samenleving in het licht van de Schriften en het handelen tegen onrecht en
voor een rechtvaardiger en barmhartige samenleving wezenlijk tot de zending van
de kerk behoort.
Kloppen
de aangegeven jaartallen?
Ik
heb twee punten van kritiek, waar in latere drukken misschien iets aan kan
gebeuren. Het eerste betreft de getallen, die genoemd worden met betrekking tot
de jaren waarover het boek gaat. In de ondertiteling wordt gesproken over
“veertig jaren rooms-katholieke diaconie (1985-2025)”. In het boek zie ik (na
een inleidend hoofdstuk over de armenzorg en de sociale kwestie tussen 1800 en
1865) de nauwkeuriger weergave van de geschiedenis beginnen in hoofdstuk 3, dat
de tijd van 1965 tot 1985 omvat. Daarna volgen er hoofdstukken, die de tijd
omvatten van 1985 tot 2006 en vervolgens de tijd van 2006 tot 2025. Daarmee zie
ik een beschrijving van 60 jaar en niet van 40 jaar. Wanneer de auteur
vervolgens in de titel van hoofdstuk 1.3 spreekt over de vier tijdvakken tussen
1965-2006, kan ik het vierde tijdvak nergens vinden.
Meer
recht doen aan de Collins-discussie
Het
andere punt van kritiek is, dat ik de behandeling van de Collins-discussie door
de auteur niet helemaal adequaat vind. De bijbelkundige Collins heeft ontdekt,
dat in het klassieke Grieks en ook duidelijk op een aantal plaatsen in het
Nieuwe Testament de termen met de stam “diak-“
zoals diakonos, diakonia, diakonein
eerder te maken hebben met bemiddelen, boodschappen overbrengen dan met
armenzorg of maatschappelijk handelen. Voor Hans Rutten lijkt die hele
discussie eerder op een stoorzender voor zijn betoog dan dat hij er aandacht
voor wenst. Hij ziet dat een aantal volgelingen van Collins hem op een aantal
plekken terug roepen (bijvoorbeeld dat het bij de diakonia in Handelingen 6 wel degelijk om voedselbedeling gaat) en
concludeert opgelucht, dat we het Collins-debat dus wel terzijde kunnen
schuiven en ongehinderd kunnen doorgaan met het woord diaconie te gebruiken in
de betekenis, waarin dit woord gebruikt wordt in dit boek. Ik vrees dat we op
deze manier over woordjes gaan strijden, meer dan over de zaken. Het
maatschappelijk handelen van katholieken ten dienste van een rechtvaardiger en
barmhartiger samenleving werd al belangrijk gevonden, toen geen katholiek dat
associeerde met het woord “diaconie” en ik hoop dat katholieken die zaak ook
belangrijk blijven vinden, wanneer ze het woord “diaconie” er niet meer voor
blijven gebruiken. Ik zou ervoor willen pleiten, dat als bisschoppen, diakens
en hopelijk ook diakonessen willen, dat ze zich dan afvragen met welke
dimensies van het leven de kerk verbinding moet zoeken, waar die verbinding er
nog niet is en dat zij dan diakens en diakonessen zoeken, die die verbinding
voor de kerk kunnen realiseren. Daarmee bepleit ik juist op grond van de
analyses van Collins dat de kerk ook diakens aanstelt ten dienste van de zorg
van de kerk voor een rechtvaardiger en barmhartiger samenleving.
Hans
Rutten, ‘Een spoor van gerechtigheid. Veertig jaar rooms-katholieke diaconie in
Nederland (1985-2025)’, Utrecht, Eburon, 2025, ISBN 978-94-6301-558-5, € 29,90.
|