Waarom armenzorg metterdaad kerkstichtend is

In augustus is verschenen het boek van Hans Rutten, ‘Een spoor van gerechtigheid. Veertig jaar rooms-katholieke diaconie in Nederland (1985-2025)’, Utrecht, Eburon, 2025. Er zijn meerdere redenen om aandacht aan dit boek te schenken.

Toine van den Hoogen is hoogleraar fundamentele theologie Radboud Universiteit Nijmegen

Katholieke armenzorg als onderdeel van de ‘sociale kwestie’
Op de eerste plaats situeert het de zogenoemde armenzorg in de rooms-katholieke kerk in met name Nederland vanaf de 19e eeuw in de ontwikkelingen van de zogenoemde ‘sociale kwestie’ in Nederland. Het biedt een helder inzicht in de bestuurlijke structuren die tot ontwikkeling gekomen zijn in de rooms-katholieke kerkgemeenschap in Nederland, met name ook in relatie tot de structuren die in de respectieve overheden in de Nederlandse samenleving zijn ontstaan. In dit opzicht biedt het boek een belangrijke bijdrage aan een weinig bekende kant van de kerkhistorische ontwikkelingen van de Nederlandse rooms katholieke kerkgemeenschap.

 Katholieken als actoren in de ecclesiologie
Op de tweede plaats laten de inzichten in de kerkhistorische ontwikkelingen ook zien dat in de bestudeerde periode een aantal belangrijke verschuivingen hebben plaatsgevonden in ecclesiologisch opzicht. De actoren van deze kerkhistorische ontwikkelingen waren gelovige leken die een nieuw besef ontwikkelden en uitdroegen van hun verantwoordelijkheid voor het geloof van de kerkgemeenschap. En voor velen van hen was dat nieuwe besef nauw verbonden met een als vanzelfsprekend beschouwde oecumenische gerichtheid op broeders en zusters in het geloof in protestants-christelijke kerkgemeenschappen. De (rooms-katholieke) gelovige leken wisten zich gesteund door teksten die op het Tweede Vaticaans concilie tot stand waren gekomen. Het boek van Hans Rutten laat zich ook lezen als een reconstructie van deze ecclesiologie in de praktijken van christelijke armenzorg.

Diakonie als de (h)erkenning van Gods onvoorwaardelijke heilshandelen
Op de derde plaats vraagt het boek erom gelezen te worden in het licht van de hoofdtitel ‘Een spoor van gerechtigheid’. In de loop van de periode die volgt op het Tweede Vaticaans Concilie ontstaat een vernieuwde theologische reflectie waarin armenzorg niet benaderd wordt als een ethische consequentie van de menselijke verhouding tot God, maar als de verkondiging van Gods heilshandelen en diakonie als de (h)erkenning van Gods onvoorwaardelijke heilshandelen, hier en nu bij de zwakken. Diakonie richt zich op sporen van verlangen naar heil die schuilgaan in verzet tegen wat in bestaande verhoudingen mensen onderdrukt. Het na Vaticanum II tot leven komende diakonaat als functie van het kerkelijk ambt wordt gezien als een ambassadeurschap met managements- en communicatietaken, die aan de zorg voor de armen een nieuw ecclesiaal kader geven en de christelijke armenzorg een kader geven die de caritas structureel overstijgt.

 Toch zal de wal het schip keren
Voordat de bisschoppen zich een nieuw diaconaal bewustzijn en een diaconale geestdrift konden eigen maken moesten ze op last van ‘Rome’ diaconie blijven begrijpen in hun traditionele kerkvisie als ‘diaconia caritatis’, als zedelijke plicht voortkomend uit de geloofsdaad, die weliswaar niet louter bedėlend maar veel meer op maatschappelijke noden gericht kon zijn, maar geen centraal element van de identiteit van de katholieke leek. Het snel veranderende – dus: verarmende en verkleinende – kerkelijke kader van de kerkelijke, landelijke en lokale organisatie droeg ook sterk bij aan het ontstaan van de diaconie als ‘caritas plus’. En de gevolgen van de secularisering (sterk teruglopend kerkbezoek) brachten de bisschoppen tot het plaatsen van veel accent op een missionerende kerk.

Een helder en lezenswaardig boek.

 Hans Rutten, ‘Een spoor van gerechtigheid. Veertig jaar rooms-katholieke diaconie in Nederland (1985-2025)’, Utrecht, Eburon, 2025, ISBN 978-94-6301-558-5, € 29,90.