|
Dienstbaar aan de naaste
Hij had ook nog plannen, zoals eind november spreken bij
de onthulling van het naambord van Gijs van Veldhuizenlaan in Rotterdam. Over
Van Veldhuizen, predikant in Kralingen en Crooswijk, die velen thuis bezocht en
tal van diaconale activiteiten hielp ontwikkelen, had hij in 2023 nog een
prachtige biografie geschreven (‘Op de straathoek’). Binnen de kerken, de
oecumene in het landelijke diaconale veld en ook in het internationale
onderzoeksnetwerk op het terrein van het diaconaat kreeg Herman Noordegraaf bekendheid
vanwege zijn niet aflatende inzet om de dienst aan de naaste in nood,
barmhartigheid én pleitbezorging, dat wil zeggen de profetische roep om
gerechtigheid, te laten behoren, naast vieren en leren, tot de kerndimensies
van het kerk-zijn. Ook in zijn colleges aan toekomstige predikanten en
geestelijke verzorgers aan de PThU liet hij telkens zien dat diaconaat er
helemaal bij hoort en principieel gelijkwaardig is aan andere functies van het
kerkzijn. Daarbij was hij, mede op Bijbelse gronden, diep overtuigd van de
waardigheid (het 'recht op rechten', Hannah Arendt) van elk mens, ongeacht
afkomst, sekse, leeftijd, beperking of sociale positie. In 2024 interviewden
Gerben van Manen en zijn voornaamste leerling Hans de Waal hem voor het
tijdschrift In de Waagschaal. Het werd een prachtig gesprek over zijn
inspiratie, zijn drijfveren en zijn diepgewortelde overtuigingen over het grote
belang van diaconaat.
Betrokken
Herman Noordegraaf werd op 2 januari 1951 in Schiedam
geboren en groeide op in een gezin met vier kinderen. Zijn hele leven is hij in
Schiedam blijven wonen. Zijn vader was, zoals dat heette, randkerkelijk. Zijn
moeder was heel gelovig en ging frequent naar de kerk. Herman werd in zijn
middelbare schooljaren actief in de jeugdkerk, waarvan hij meteen voorzitter
werd. Ook leidde hij de jeugdclub. Vanaf die jaren bleef hij kerkelijk zeer
betrokken, ook veel later nog geruime tijd als voorzitter van de kerkenraad van
de Grote Kerk van Schiedam. Omdat hij als kind al sterke interesse had in
geschiedenis, overwoog hij om na de HBS geschiedenis te gaan studeren in
Leiden. Hij zag zich echter als leraar geschiedenis geen orde houden (“te
soft”, zei hij). Het werd sociologie, ook omdat het daarbij ging om
ontwikkelingen in de huidige maatschappij. Hij behield wel levenslang een
sterke historische belangstelling. Ik kom daar hieronder op terug.
Verantwoordelijkheid
Vanaf 1968 studeerde Herman sociologie in Leiden, precies
in de jaren van de grote maatschappelijke veranderingen en de zg.
democratisering. Het was ook het jaar van de assemblée van de Wereldraad van
Kerken in Uppsala en hij werd geraakt door de rapporten. Zijn engagement werd
sterk gevormd door de sociale ethiek uit de oecumene. In 1972 werd het rapport
van de Club van Rome gepubliceerd, dat in de wereld veel aandacht kreeg. Het
formuleerde de noodzaak van begrenzing van groei, juist met oog op welzijn van
allen. Het maakte op Herman grote indruk. Inzichten uit dit rapport, maar ook
het denken van zijn latere vriend, econoom en cultuurfilosoof Bob Goudzwaard,
brachten hem tot het inzicht dat het westerse vooruitgangsdenken weliswaar
materiële welvaartsgroei mogelijk heeft gemaakt, maar mede door technologische
ontwikkeling tal van schaduwzijden kent op ecologisch vlak en ook op sociaal
vlak. De samenleving kent een fundamentele scheefgroei door de nadruk op ‘meer
en meer’. Na het bereiken van welvaart moeten de zorgsector, onderwijs en
cultuur, maar ook het tegengaan van uitsluiting en armoede prioriteit krijgen
boven groei. Met zijn grote besef van verantwoordelijkheid werd Herman
Noordegraaf ook al op jonge leeftijd politiek actief. In 1970 werd hij lid van
de nieuwe politieke partij PPR en een jaar later voorzitter van wat toen
Aksiesentrum heette van de PPR-Schiedam.
In 1973 begon hij, tegelijk met het laatste jaar van zijn
studie sociologie, aan de studie theologie in Leiden. Zijn belangstelling voor
het christelijk geloof als bron van engagement met de samenleving bracht hem
tot deze studiekeuze. Een existentiële, diepgewortelde geloofsovertuiging
verdiepte zich dat wij verantwoordelijk zijn voor het fatsoenlijke beheer van
de aarde, ons inzetten voor mensen die leven in armoede, en
verantwoordelijkheid dragen voor toekomstige generaties. In 1977, nog tijdens
zijn studie theologie, werd hij in Schiedam verkozen tot gemeenteraadslid voor
de PPR. Hij was toen 26 jaar oud. In 1986 stelde hij zich niet meer
verkiesbaar.
Luisteren
Na zijn studie theologie was Herman Noordegraaf werkzaam
in diverse functies binnen de Nederlandse Hervormde Kerk en de oecumene op het
terrein van kerk en samenleving, onder andere als consulent voor kerk en
samenleving op het toenmalige provinciale kerkelijke bureau van de Nederlandse
Hervormde kerk in Zuid-Holland, nota bene in Schiedam. Hier maakte hij mee hoe
in de Rijnmond duizenden mensen die in de scheepsbouw werkten werkloos werden.
In het project ‘Baanloos waardeloos?’ werden mensen thuis opgezocht. Hun
verhalen werden ingebracht in miniconferenties in de Rijnmond, waarover
vervolgens werd gepubliceerd. In de jaren ’80 werd deze benadering ook
toegepast met betrekking tot armoede en sociale uitsluiting. In plaats van iets
organiseren vóór mensen werd het van belang om ontmoetingen mét hen op te
zetten, bijvoorbeeld tussen kerkvrouwen en vrouwen met een bijstandsuitkering,
die natuurlijk ook lid van de kerk konden zijn. Deze werkwijze werd het
uitgangspunt van het netwerk ‘Arme kant van Nederland’, waarin Noordegraaf
eveneens een actieve rol vervulde. Hij schreef erover in meerdere publicaties.
Mede hierdoor kwam armoede op de politieke agenda. Hij hield dit inzicht vast
toen vele jaren later Oekraïners naar Schiedam kwamen. Niet iets voor hen organiseren,
maar eerst naar hen toegaan, luisteren naar hun verhaal en hun behoeften.
Bezinnen
In latere jaren werd hij werd medewerker van de Raad voor
de Zaken van Overheid en Samenleving (ROS) vanwege de Nederlandse Hervormde
Kerk, secretaris van de Sectie Sociale Vragen van de Raad van Kerken in
Nederland en hij werd hoofd van het Multidisciplinair Centrum voor Kerk en
Samenleving (MCKS). Daarbij werkte hij nauw samen met prof. Mady Thung, de
sociologe die het MCKS samen met de econoom Harry de Lange (aan wie Greetje
Witte-Rang later haar proefschrift wijdde) had opgezet. Het centrum bestond van
1981-1998 als studiecentrum en denktank. Het MCKS bracht in studiegroepen en
beraden bètawetenschappers, theologen, sociologen en economen bijeen om zich
vanuit het evangelie grondig te bezinnen op de ontwikkelingen en problemen in
de samenleving. Meerdere publicaties zagen het licht, onder andere over moreel
beraad. In 1989 was hij ook lid geworden van de PvdA en langere tijd voorzitter
van het Trefpunt PvdA en Levensovertuiging, evenals van de
Banningvereniging.
Promotie
In de tweede helft van de jaren ‘70 besloot hij om zich
te wijden aan de documentatie van het christen-socialisme in Nederland. Niet
met veel pretenties, stelde hij later, qua theorievorming, maar vooral om deze
beweging te documenteren. Toch mondde het in 1994 uit in een proefschrift Niet
met de wapenen der barbaren. Het christen-socialisme van Bart de Ligt,
waarop hij promoveerde in Leiden. Promotor was prof. Han Adriaanse. Hij kon
hierin ook zijn grote kennis delen over anarchisme, antimilitarisme en socialisme.
Later bleef hij hierover meerdere artikelen schrijven, o.a. over de Bond van
Christen-Socialisten en over diverse 'rooie dominees', zoals ze wel werden
genoemd. Ook publiceerde hij hierover in het anarchistische tijdschriftje ‘De
As’. Hij bleef overigens altijd uiterst kritisch over het communisme en
‘Christenen voor het socialisme.’
Actief
Vanaf 1998 werkte Herman Noordegraaf als post-doc
onderzoeker op het terrein van het diaconaat en later als universitair docent
aan de Kerkelijke Opleiding van de Nederlandse Hervormde Kerk, aanvankelijk in
Utrecht, naderhand bij de PThU-vestiging Leiden. In Leiden voelde hij zich
thuis bij zijn naaste collega’s in een klein team en gaf ook graag colleges in
de deeltijdopleiding op zaterdagen in Utrecht. Hij was de eerste voltijds
docent diaconaat in Nederland, een erkenning voor hem maar ook voor het belang
van de wetenschap van het diaconaat. In deze positie kreeg hij de ruimte om ook
in internationaal verband lezingen houden en onderzoek doen. Hij werd
bestuurslid van de internationale vereniging van diaconiewetenschappers,
redactielid van het internationale wetenschappelijk tijdschrift ‘Diaconia.
Journal for the Study of Christian Social Practice’ en lid van de Raad van
Advies voor de Interdiaconale academie voor Midden- en Oost-Europa. Hij
vervulde in die jaren daarnaast meerdere onbetaalde functies op het terrein van
kerk en samenleving, zoals het voorzitterschap van de Sectie Sociale Vragen van
de Raad van Kerken, van het Diaconaal Beraad van de SoW-kerken en was
bestuurslid van DISK (het landelijk orgaan voor het arbeidspastoraat) en
adviseur van de Federatie van Diaconieën. Ook verzorgde hij diaconale lezingen,
o.a. op Landelijke Diaconale Dagen.
Diaconaat
Hij was ook voorzitter van de oecumenische Diaconale
Studiekring. Hij was oprecht verheugd over de toenemende interesse in het
diaconaat onder collega’s, evenals hij overtuigd van het belang daarvan, zoals
onder andere Herman van Welll Trinus Hoekstra, Hub Crijns, Henk Meeuws, Jacques
Franken en Greetje Witte-Rang. Vanuit deze Studiekring werd het initiatief
genomen tot het grote handboek ‘Barmhartigheid en gerechtigheid’ (2004),
waarvan hij mederedacteur en medeschrijver was. Noordegraaf schreef artikelen,
in landelijke tijdschriften, maar ook in internationale tijdschriften en onder
andere zeer uitvoerige literatuurberichten diaconaat in het tijdschrift
‘Praktische Theologie’, later ‘Handelingen’. In het internationale netwerk
stond hij in contact met collega’s als Johannes Eurich van het
diaconaal-wetenschappelijk instituut in Heidelberg en met andere collega’s uit
Duitsland en vooral, Scandinavië. Vanaf 1 september 2007 werd hij, naast zijn
docentschap, bijzonder hoogleraar diaconaat aan de PThU vanwege de Stichting
Rotterdam. Op 25 april 2008 hield hij zijn oratie Voor wie nemen wij de hoed
af? Enige gedachten over diaconiewetenschap, vanwege de verbouwing van het
Academiegebouw in het poortgebouw van het UMC-Leiden. Hij stelde hierin o.a.
dat er uit de bijbel geen blauwdruk is af te leiden voor diaconaal handelen,
maar dat er wel fundamentele gezichtspunten (meta-diaconale concepten) zijn te
vinden, die richtinggevend zijn voor dit handelen: de waardigheid van elke
menselijke persoon (‘geschapen naar Gods beeld”), de voorrangsoptie van de
armen en andere noodlijdenden en de zorg voor de schepping. Het vraagt om
waarnemen van mensen in nood, verbonden met compassie, geraakt worden en zich
betrokken weten. En er is het verlangen naar en de inzet voor een wereld waarin
armoede en geweld er niet meer zullen zijn. Die nieuwe wereld lijkt een
onmogelijk ideaal, maar het komt voort uit het vertrouwen in Gods belofte van
een aarde waarop gerechtigheid zal wonen. Hij eindigde zijn oratie met de
woorden: “God lof dat er mensen zijn die soep uitdelen (om met het Leger des
Heils te spreken: soup, soap and salvation), dat er mensen zijn die met
noodlijdenden optrekken en dat er mensen zijn in kerk, politiek en samenleving
die zich sterk maken om armoede en sociale uitsluiting te bestrijden.”
Onderzoek
In zijn onderzoek onderscheidde hij, elkaar overlappende,
centrale sociale kwesties: de vragen van uitsluiting en (nieuwe) armoede, de
ontwikkelingen op het terrein van de zorg en de vragen van de multiculturele
samenleving. Hij probeerde sociaal-economische, technologische en culturele
ontwikkelingen te beschrijven, onderzoek te doen naar de diaconale inzet op
deze drie terreinen en ook hoe diaconaat, in een sterk krimpende en
verouderende kerk, eruit zou kunnen zien. Met het oog op dit laatste bracht hij
met verve naar voren dat er nog altijd mogelijkheden zijn, ook financieel, om
een diaconale infrastructuur met beroepskrachten en vrijwilligers in stand te
houden. Als een beroepskracht, stelde hij, zijn of haar werk goed doet, trekt
dat nieuwe en vaak ook jonge vrijwilligers aan. Ook liet hij zien, dat een
bovenlokale structuur nodig is om lokaal kleine diaconieën en diaconale groepen
te blijven stimuleren. Hij dacht sterk in termen van kerkopbouw. Je moet
nadenken, zei hij vaak, wat kan het best op welk niveau gebeuren. Hij wees
hierbij ook op de diaconale centra in de steden en deed daar ook onderzoek
naar. Ook het armoedeonderzoek samen met diaconieën werd om de paar jaar
herhaald.
Historische studies
Hierboven schreef ik ook over zijn levenslange
historische belangstelling, maar het was meer dan dat. Ik schreef al over zijn
documenteren van het christen-socialisme en zijn proefschrift over Bart de
Ligt. Hij schreef als historicus vele, vaak zeer gedetailleerde lemmata over
predikanten en theologen voor het Biografisch Lexicon voor de Geschiedenis van
het Nederlandse Protestantisme. Hij publiceerde gedurende vele jaren circa tien
biografieën, klein maar zeer nauwkeurig (A. R. de Jong, Eldering, Van den Bergh
van Eisinga e.a.) en talloze artikelen. Ook zat hij jarenlang in de redactie
van DNK (Documentatieblad Nederlandse Kerkgeschiedenis). De historische studies
deed hij in zijn eigen tijd, zei hij altijd, maar hij leverde een belangrijke
wetenschappelijke bijdrage aan de geschiedschrijving.
Staande ovatie
Vanaf 2012 doceerde Herman Noordegraaf als docent én
hoogleraar aan de PThU-vestigingen Amsterdam en Groningen. Hij redigeerde ook
het tweede en derde handboek diaconiewetenschap Diaconie in beweging
(2011) en Diaconaal doen doordacht (2018). Verder publiceerde hij onder
meer Kerk en Wmo. Terugblik en perspectief (2012), Zorgzame
kerk. Kerkzijn in een participatie-samenleving (2015 en 2016) en Bouwen
aan diaconaat in Amsterdam (2018). Uiteindelijk ontstond gedurende de
jaren een indrukwekkende reeks publicaties. Als promotor begeleidde hij diverse
promovendi, zoals co-promotor bij Lútzen Miedema (2005), eerste promotor bij
Bert Roor, Heilzame presentie (2018), Hans de Waal, Diaconaat en
ouderen (2021) en bij Rienke Vedders-Dekker, Hoe kostbaar is een
kwetsbaar mens (2024). Samen met Hans de Wit (VU) was hij promotor van
het onderzoek van Carlos Ham, Empowering Diakonia (2015). Ook was hij
als promotor betrokken bij historische proefschriften, o. a. Greetje
Witte-Rang, Geen recht de moed te verliezen (2008), Marie-Anne
Harder, Albertinus van der Heide 1872-1953 (2011), en als
co-promotor of lid van de beoordelingscommissie bij nog meer historische
proefschriften.
Op 11 juni 2018 was er te zijner ere een
afscheidssymposium in Amsterdam, waar onder anderen Erik Borgman, Paula Irik en
René de Reuver het woord voerden. Hij kreeg een mooi kunstwerk gemaakt door Aat
Veldhoen. En er was een lange staande ovatie, die hem verlegen maakte…
Hij werd enige tijd later aan de PThU opgevolgd door twee mensen, die
zijn passie delen, dr. Erica Meijers, universitair hoofddocent en prof. Thijs
Tromp, hoogleraar diaconaat.
Schiedam
Ten slotte in dit In Memoriam nog één punt. Herman
Noordegraaf woonde zijn hele leven in Schiedam en ook tijdens zijn studie in
Leiden bleef hij spoorstudent. Hij reisde vanuit Schiedam voor zijn vele
lezingen in het noorden of oosten of zuiden van Nederland, en naar elke uithoek
van het land, altijd met het openbaar vervoer. Later keek hij een keer met één
van zijn kleinkinderen naar de kaart met stations en hij kon aanwijzen, dat hij
op elk station was geweest, met uitzondering van Roodeschool-Eemshaven omdat
dat nog niet bestond… Altijd reisde hij weer terug naar Schiedam, ook naar het
huis waar hij woonde samen met Julia zijn vrouw en met dichtbij huis zijn
kinderen en kleinkinderen. Schiedam was zijn leven. Het frappante was,
gedurende de vele jaren waarin ik hem ontmoette, in bijna ieder gesprek,
wanneer we over iemand spraken of bij een bepaald onderwerp, kon hij wel een
link leggen met Schiedam. We moesten er altijd om lachen. Hij publiceerde ook
over de geschiedenis van zijn stad, onder andere over de inloophuizen en
eerder, met Bas van Boschove en Louis Ser, over Schiedam tijdens de
oorlogsjaren. Hij schreef ook, rond de honderdjarige gedenkdag van zijn
sterfdatum, mooi over predikant Francois Haverschmidt, bekend als de dichter
Piet Paaltjens, in Schiedam.
Thuisgekomen
Op de rouwkaart staat het silhouet van Schiedam. Daar was
hij thuis, zoals één van de meest bescheiden en allervriendelijkste mensen op
deze wereld nu thuis is gekomen bij de Eeuwige, die ook aan hem heeft beloofd
dat hij deelgenoot zal zijn van Gods nieuwe wereld waarin gerechtigheid
woont.
Henk de Roest
21 november 2025
https://www.pthu.nl/actueel/nieuws/2025/11/in-memoriam-herman-noordegraaf-1951-2025/
|